Een allergisch kind brengt zorgen met zich mee: “Wat zit in deze saus?”, “Is dit gekregen koekje wel veilig?”. Het is iets wat altijd in mijn gedachten is en waar ik iedere dag mee bezig ben. Dat doe ik met liefde, maar het bezorgt me met regelmaat een gebroken hart. “Nee jongen, jij mag geen chocolademelk,” en “Ik snap dat je de hele familie nu taart ziet eten, maar kijk, hier is jóuw volkoren koekje.” Het is sneu en voor een kind van drie vooral oneerlijk. Voor voeding is echter een vervanging voldoende, maar wat als je kind allergisch is voor het dier des huizes?

Ja, daar liepen wij dus tegenaan. Na twee jaar m’n kop in het zand steken, moest ik het toegeven: de allergie voor de hond is te heftig.

Onze chocoladebruine labrador Guus, die inmiddels al 6,5 jaar in mijn leven was, was mijn beste vriend. M’n waakse, gekke Guus. Vanaf dat hij acht weken oud was, leefde hij bij mij. De eerste jaren was ik met hem samen, voordat ik Steven leerde kennen. Guus mocht op de bank, Guus kreeg iedere dag lange wandelingen en zodra ik het gevoel had dat ‘ie niet helemaal lekker in z’n vel zat, zat ik bij de dierenarts. Of als hij weer een handschoen op had gegeten (don’t ask). Guus werd in mijn beleving bijna een mens. ’s Avonds voordat ik naar bed ging, bracht ik hem altijd nog een koekje. Hij lag dan op z’n rug op de bank en nam dat koekje ook zo aan. Dat was Guus. Een uitgekookte stinkerd. Maar lief, oh zo lief.

Guus verhuist op z’n derde met mij mee naar Amerika. Dat was namelijk een voorwaarde. Zonder Guus ga ik niet naar Texas. Dat was geen probleem en Guus en ik vlogen samen naar Steven in Houston.

Wanneer ik zeven weken zwanger ben, ruikt Guus aan mijn buik en stompt er zachtjes met z’n snuit tegen. “Ja, jongen, je krijgt gezelschap.” Zeven maanden later staat hij, bij de eerste blik op zijn nieuwe gezelschap, kwispelend bij het babybedje. Zachtjes snuffelen en z’n kop naast de baby neerleggen, dat is hoe hij hem welkom heet. Hoe Guus mij een bloedlip bezorgt door veel te lomp met z’n keiharde snuit in m’n gezicht te beuken, zo zachtjes is hij met de baby.

Noah wordt groter en ligt af en toe op een speelkleed op de grond. Naast hem: Guus. Guus is altijd van de partij en ligt als een vloerkleed languit naast de baby te kijken naar zijn bewegingen. Onhandige, klamme babyhandjes pakken soms zijn vel vast, maar het maakt hem niets uit. Mijn brave hondenvriend bewijst opnieuw de allerliefste hond ter wereld te zijn.

Wanneer Noah zes maanden oud is, likt Guus enthousiast over zijn wang. Bam, een wang vol galbulten. Shit. Ik steek m’n kop in het zand, want Guus weg doen.. nee, dat is geen optie. Uit een huidtest blijkt Noah’s allergie voor Guus, maar op zich merken we weinig.

Twee jaar later merken we helaas een stuk meer. Rode uitslag en zelfs astmatische klachten maken Noah het leven zuur en zowel de huisarts als een allergoloog verzoeken me zo snel mogelijk de hond te herplaatsen. Makkelijk gezegd door iemand die mijn hond niet kent en geen 6,5 jaar voor hem met liefde zorgt. Natuurlijk gaat mijn kind voor, maar Guus is ook een soort kind. Een periode met een flinke steen in m’n maag volgt.

In onze kennissen- en vriendenkring vragen we of iemand een liefdevol thuis kan bieden aan onze bruine goedzak. We vinden niemand. Ik geef het op, want hem op Marktplaats zetten gaat me te ver. Ineens biedt zich toch een lief gezin aan. Zij zijn vrienden van mijn zus en wonen dichtbij: perfect dus. Na een paar laatste dagen, breng ik hem weg. Hij springt zoals altijd enthousiast in de auto vol goede zin in wat komen gaat. Ik spring iets minder enthousiast in de auto.

Het afscheid vond ik vreselijk. Schuldgevoel, gemis en een een dolk door m’n hart. “Dag, jongen, bedankt voor je liefde,” en daar ging ik, alleen terug naar huis. Twee verbaasde bruine ogen keken me na. Hij liep mee naar de deur, omdat hij dacht dat ‘ie weer mee ging en bleef door het raam naast de deur staan kijken, totdat ik de straat uit reed.

Gelukkig stuurt zijn nieuwe gezin veel (blije) foto’s. Guus komt niks tekort en ligt ook daar weer languit op de bank. En Noah’s rode uitslag is weg. Allebei m’n “kinderen” blij.

Lindy
Mama's & Mini's
Lindy (30) woont met haar gezin in Nederland, nadat zij in 2016 remigreerden vanuit Amerika. Daar kreeg zij samen met haar man Steven (39) zoon Noah (3) en terug in Nederland maakt zoon Sem (0) hun gezin compleet. Als zelfstandig tekstschrijver richt Lindy ook een mama lifestyle blog op, genaamd Tropenjaren.nl
Share on Pinterest